Frans Pieper vertelde o.a....

Ik vond de Krabbedam een fijne school. In mijn tijd was Vriens het hoofd, 2e man was van Eupen.
Vriens gaf meetkunde, algebra en zingen, van Eupen gaf tekenen en engels. Omdat ik goed kon tekenen kon ik beter met hem opschieten dan de meeste anderen. Teuns (of Theuns) gaf Duits, hij woonde in het woonhuis rechts van de ingang van de speelplaats. Juffr. Niks, de Kip, gaf franse les. Zij was aan struma geopereerd en droeg daarom altijd een stevige ketting om haar hals (een soort parels), om het litteken te verbergen .van Rooij of de Rooij gaf geschiedenis, was een zeer aparte man, die soms door leerlingen voor de gek werd gehouden. Ik mocht hem graag. Als er tijd over was gaf hij geen les, maar las hij voor uit "de Witte". Dat kon hij bijzonder goed en was mooi om naar te luisteren, de hele klas genoot.

Als je, zoals ik bijvoorbeeld, niet goed mee zong tijdens het zanguur, kreeg je een tik op je kop met de aanwijsstok die hij altijd in de hand had. Soms was de zangles niet per klas, maar moesten 3 of 4 klassen meezingen. De klassedeuren stonden dan open en er werden altijd canons gezongen. Dan deed bijna iedereen enthousiast mee, want je wilde de andere klassen overtreffen.
Meester Groen (of Groenen) gaf, geloof ik,  ook Engels en daarnaast aardrijkskunde. Hij rookte graag tijdens de les en ik mocht tijdens de les regelmatig even de stad in om voor hem een pakje sigaretten te kopen als zijn voorraad op was. Meester Nies kwam volgens mij uit Weert. Ik geloof dat hij als hobby bokste en in de praktijk kwam het erop neer dat je een flinke dreun van hem kon krijgen. Toch was het een sympathieke leraar. Ik geloof dat hij na Teuns duitse les gaf.

Ik vind het wel leuk om terug te kijken naar vroeger. Ik vertel ook vaak nog aan mijn kleinkinderen over de tijden van voor, in en na de oorlog.
Nog een verhaal over het huis waar meneer Teuns in woonde. In de oorlog huisde daarin een kantoor van de Duitse bezetters. In het laatste jaar van de oorlog, vermoedelijk op dolle dinsdag,  had ik samen met mijn broer een aantal spullen gejat van de Duitsers op het vliegveld Eindhoven, waaronder zelfs handgranaten. Terwijl we met onze jute zak met spullen op het vliegveld liepen, met heel veel andere mensen, kwam er een Duitse wagen met soldaten die ons een grote barak injoegen. Mijn broer en ik waren het eerste binnen, maar ook, via de deur aan de achterkant het eerste buiten. Vermoedelijk hebben we toen het wereldrecord hardlopen voor 10 en 12 jarigen gebroken, recht naar huis. De zak met spullen hadden we achtergelaten, maar een riem had ik omgedaan. De dag erna liep ik met die riem om in de Willemstraat en werd ik  door een Duitse soldaat aangehouden. Hij nam mij mee naar het huis van Teuns en daar werd ik overgedragen aan een andere militair. Hij nam mijn riem af en liet mij voor straf een keer of honderd in looppas rond een rechthoekige tafel lopen. Daarna mocht ik gaan.
Nog een paar herinneringen:
Toen we voor het eerst naar de Krabbedam gingen was het voor bijna iedereen nog lopen naar school. Ik kreeg mijn eerste 2e hands fiets toen ik 14 jaar werd. Het was een oude herenfiets die werd opgeknapt en gemoffeld door de fietsenmaker Dirk Sipman, die een zaak had in de Iepenlaan in Strijp. Mijn vader's fiets was door de Duitsers in beslag genomen en hij reed naar zijn werk, bij Philips aan de Emmasingel, op mijn moeder´s fiets met houten banden. Ik woonde in Strijp in de Kerkakkerstraat. Meestal liepen we met een aantal klasgenoten die elkaar onderweg oppikten
Toen we in klas 3 en 4 zaten rookten een aantal van ons stiekem. Na schooltijd bleven we nog wel eens met elkaar kletsen op de Keizersgracht, direct buiten het schoolplein. We rookten  niet opvallend onze zelfgedraaide sigaretjes. Van mr. Vriens mocht dat niet. Wanneer hij eraan kwam wisten we meestal snel een handvat van ons stuur los te draaien en dan stopten we de sigaret in het stuur. Als hij weg was konden we weer verder roken.
Er was een gymnastiekleraar, zijn naam weet ik niet meer. Soms waren er wat gym-oefeningen op het schoolplein en bij redelijk weer op het Frederik van Eedenplein, wat in die tijd één groot grasveld was. Dat was meestal het laatste lesuur van die dag. Met onze schooltassen al bij ons liepen we in colonne naar het plein om daar een eenvoudige variant op honkbal te gaan spelen. Soms had ik geen zin, ik liep dan achteraan in de groep en bij het passeren van een zijstraat was ik plotseling weg via die zijstraat. Ik was niet de enige die dat deed. Ik heb er nooit straf voor gekregen. De leraar vond het wel goed, geloof ik.
Ook kon ik uit school doorlopen naat het Sportfondsenbad om daar te gaan zwemmen. Dat deed ik een paar keer per week. Als er zwemtraining was van PSV of van Aegir dan deed ik daar graag aan mee, terwijl ik geen lid was, maar daar keek niemand naar. Ik trainde o.a. mee met de grotere en oudere zwemmer Geert-Jan van Rooij (woonde op de Willemstraat schuin tegenover het voetbalveld van Elias). Geert-Jan kon je niet bijhouden, hij was beresterk en snel en kwam voor Nederland uit op de olympische spelen van Londen. Hij was niet zo goed als Fannie Blankers-Koen met hardlopen, maar toch een kei.

Frans Pieper
Frans Piepers' KRONIEK





In Eindhoven
is het nu:
DE KRABBEDAM
Openbare MULO
Eindhoven